Skip to main content
image_pdfimage_print

Overweging van pater Ljubo Kurtovic

IK ROEP JULLIE ALLEMAAL OP TOT DE BEKERING VAN HET HART

Moeder Maria roept haar kinderen op tot de bekering van het hart. Ieder van ons is belangrijk, en ieder van ons is een kind van haar. Als moeder zorgt zij voor ons hart. Net zoals Johannes de Doper indertijd, roept ook de maagd Maria ons vandaag op tot bekering. De evangelist Mattheüs schrijft: “In die dagen kwam Johannes de Doper in de woestijn van Judea verkondigen: Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen is ophanden.” (Mt 3, 1-2). Het is dan ook geen toeval dat Maria net op het feest van de H.Johannes de Doper, op 24 juni 1981, voor de eerste keer naar ons is gekomen. Zij roept ons en zij bereidt, net als Johannes de Doper, de harten van de mensen voor op de komst van de Heer. Maar Maria doet dat nu, in onze tijd, en al zo lang. Haar stem is de stem van de hemel op aarde. Het is de stem van een moeder die haar kinderen roept. De stem weerklinkt en vernieuwt het leven van hen die in de woestenij van deze wereld ver van God verwijderd zijn. Haar stem wil ons niet bang maken. Het is geen opdringerige stem, maar een stem die ons in alle eenvoud vertelt wat God van ons vraagt.

De boodschappen van Maria zijn echter allesbehalve gemakkelijk of aangenaam, in tegendeel, ze zijn veeleisend. Er vallen harde woorden over deze wereld. Maar moeder Maria is geduldig met ons. Zij spreekt tot ons vanuit haar liefde, en wil ons op die manier van het kwade en de zonde afwenden. Maria wil ons haar zuiverheid inblazen, een nieuw vuur in ons doen oplaaien en ons de geest van de hemel schenken.

Het hart tot God bekeren, betekent: ons richten tot Hem, de enige die onze honger kan stillen en onze dorst kan lessen. Wij hebben meer nodig dan het aardse brood en de wereldse dingen, die ons noch vervulling noch bevrijding schenken. Bekering van het hart betekent geloven en eindelijk definitief voor God kiezen. God heeft zich zelf vernederd voor onze vrijheid. Als wij niet voor Hem kiezen wordt Hij ook machteloos, want dan kan Hij niets bewerken in ons hart dat Hij zelf geschapen heeft. En dat toont hoe groot Zijn liefde is: Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons niet tot liefde wil dwingen.

Onze hemelse moeder kent de vurigheid en het enthousiasme dat in de eerste dagen van haar komst heerste. De maagd Maria en haar hart zijn in tussentijd niet veranderd. Niet zij moet veranderen, maar wij. Wij weten hoe vlug wij soms in vuur en vlam staan, en hoe vlug dat enthousiasme ook weer bekoelt. Elke dag opnieuw moeten wij eten om te leven. Maar wij hebben ook telkens opnieuw de nabijheid van God nodig die wij vinden wanneer wij vol vertrouwen bidden tot Hem.

De maagd Maria roept ons op tot een volledige, een radicale verandering van leven. God verwacht van ons niet alleen lege woorden in het gebed of een beetje tijd. God wil alles van ons, want hij heeft ons alles, ja zelfs zichzelf gegeven en hij wil dat wij ons ook aan hem geven. Een kordate beslissing dringt zich op, een beslissing die ons op de knieën dwingt. Geknield voor God zullen wij het hart van God ontmoeten. Alleen op die manier zal Hij voor ons niet langer een vreemde zijn, maar een vriend. God zal iemand worden bij wie we graag zijn en naar wie onze ziel en ons hart verlangen. Want alleen in Hem vinden wij de vrede die niemand anders ons kan geven. Alleen als wij ons klein maken kunnen wij ons hart openen voor de Schepper van ons leven. Voor hem zijn wij slechts schepsels, en niet om het even welke schepsels, maar geliefde schepsels. Ik denk dat wij niet genoeg beseffen welk geschenk God ons hier doorheen Maria schenkt. Maria, die niet alleen tot ons spreekt, maar die haar moederlijk hart voor ons opent. Een hart dat van ons houdt en vraagt dat wij ons aan haar zouden toewijden. Zij toont ons hoe sterk de liefde van God is, die ver boven onze stomheid en blindheid uitstijgt. Geknield in het gebed zullen wij het hart van Maria leren kennen, een hart vol liefde voor ieder van ons, maar ook vol verdriet over elk hart dat doof en blind is.

Dank je Maria voor je voorspraak, voor je gebed voor elk van ons. Dank je, want je laat mij, je laat ons niet in de steek.

P. Ljubo Kurtović
Medjugorje 26.08.2004