Interview

Christoph Kardinaal Schönborn - Aartsbisschop van Wenen

Kardinaal Schönborn uit Wenen was tijdens de jaarwisseling 2009-2010 in Medjugorje.
Hij werd daar geïnterviewd door de krant "Vecernji list" uit Zagreb. De Duitse tekst van dit interview staat op medjugorje.hr en hiet volgt de vertaling die wij voor U maakten.


“DE PELGRIMS MOETEN GEESTELIJK BEGELEID WORDEN”

Nu volgt de letterlijke tekst van het interview dat het Kroatische dagblad ‘Vecernji List’ met Kardinaal Christoph Schönborn in Medjugorje had:

U zou naar Medjugorje gekomen zijn om dicht bij de Moeder van de Heer te zijn, hebt u, eminentie, in de Nachtmis (in de nacht van Oud op Nieuw) gezegd. Deze woorden hebben een zeer grote weerklank teweeggebracht. Hoe hebt u dat bedoeld?

Ik kan niet negeren dat de vele mensen die al 28 jaren naar Medjugorje komen hier op een bijzondere wijze een nabijheid van de Moeder Gods ervaren. Ik was zelf nog niet eerder in Medjugorje. Maar ik heb gedurende vele jaren, vooral sinds ik Bisschop ben geworden in juni 1991, in Oostenrijk, en met name in ons bisdom in Wenen, heel duidelijke vruchten gezien. Ik noem een paar voorbeelden die voor mij zogezegd overtuigend zijn.

Dat zijn bijvoorbeeld priesterroepingen. Een hele rij van onze jonge priesters zijn misschien niet uitsluitend, maar wel in verband met en voor het grootste deel door Medjugorje tot hun roeping gekomen.

Het tweede zijn de bekeringen. Mij fascineert hoe dat door alle legen van de bevolking gaat, van hoge adellijke families via industriëlen tot heel eenvoudige mensen. Voor mijn vlucht via Zagreb naar Split heeft de beveiligingsbeambte in Wenen me gevraagd, waar ik heen vloog. Ik zei hem: “Ik vlieg naar Split en rijd dan verder naar Medjugorje.” Toen straalde hij en begon meteen over zijn bekering in Medjugorje te vertellen. Een paar weken geleden, op een klein Oostenrijks station, heeft de stationschef mij herkend en begon mij meteen zijn verhaal te vertellen: Zijn vrouw is aan kanker gestorven. Hij was wanhopig. Vrienden namen hem mee naar Medjugorje en sindsdien is hij tot een levend en vreugdevol geloof gekomen.

Een derde voorbeeld zijn de genezingen. Ik herinner me een ernstig aan drugs verslaafde jonge man die me vertelde, hoe vrienden hem bijna gedwongen hebben om mee naar Medjugorje te gaan. En hij vertelde me, hoe de bus naar Medjugorje gereden is en hij bemerkte dat er iets met hem gebeurde. Hij beleefde, wat zeer bijzonder is, bijna meteen een genezing van de verslaving, ofschoon we weten, hoe moeilijk het is om van de drugs af te komen.

Een vierde element: Dat zijn de gebedsgroepen. Ik ken de Medjugorje-gebedsgroepen van Wenen al uit de tijd voordat ik Bisschop werd. Dat moet al in het midden van de tachtiger jaren geweest zijn. Ons dominicanen is het in ieder geval opgevallen dat deze mensen urenlang bidden en de kerk altijd vol is. De dominicanenkerk in Wenen is zelden vol. Op deze donderdagavonden was ze altijd helemaal vol. En deze trouw van mensen aan het gebed is tot op heden gebleven.

Dus alles bij elkaar genomen, moet ik zeggen: Jezus heeft gezegd: een slechte boom brengt geen goede vruchten voort. Wanneer dus de vruchten goed zijn, dan moet ook wel de boom goed zijn.

De pelgrims verwachten een boodschap van de Heilige Stoel, en uzelf hebt gezegd dat Medjugorje voor u een wonder is. Kort geleden kondigde de aartsbisschop van Sarajevo, Kardinaal Vinko Puljic de oprichting van een internationale commissie aan, die het fenomeen moet onderzoeken. Wat weet u daarvan en hoe ziet u de wens tot erkenning van de gebeurtenissen van Medjugorje?

Ik ken geen details over deze commissie, dat is mijn taak ook niet. Maar ik heb me altijd aan het officiële standpunt van de voormalige Joegoslavische bisschoppenconferentie en de Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer gehouden. Dit standpunt heb ik altijd voor verstandig, intelligent en moederlijk gehouden, dus voor een wijze houding van de Kerk. U kent dit standpunt en ik breng nog eens de drie uitspraken over Medjugorje in herinnering.

Het eerste betreft de fenomenen. Daarover is het standpunt van de Joegoslavische Bisschoppenconferentie van 1991van de Romeinse Congregatie voor de Geloofsleer duidelijk: “Non constat de supernaturalité”. Ik ben zelf dogmaticus en was professor in de Dogmatische Theologie. “Non constat de supernaturalitate” betekent: de Kerk heeft nog geen eindoordeel over de bovennatuurlijkheid van de fenomenen uitgesproken. Zij heeft noch “Constat de non supernaturalitate” noch “Constat de supernaturalitate”gezegd. Dat betekent dat zij niet de bovennatuurlijkheid ontkent, maar ook niet bevestigt. Dat betekent in klare taal: Deze fenomenen zijn nog niet door de Kerk beoordeeld, en ik denk persoonlijk denk dat dat zo ook juist is. Om een heel eenvoudige reden: Zolang de fenomenen voortduren, kan de Kerk bezwaarlijk een eindoordeel geven.

Nu zijn echter de fenomenen zeker het uitgangspunt van Medjugorje. Daar is het mee begonnen, met de uitspraken van de kinderen dat ze de Moeder Gods gezien hebben, en met de boodschappen die de kinderen gekregen hebben. Maar wat zich dan ontwikkeld heeft, is een tweede fenomeen, en daar houdt de tweede uitspraak van de Joegoslavische Bisschoppenconferentie en de Congregatie voor de Geloofsleer zich mee bezig. Dat is het feit dat er van het begin af aan ongelooflijke stromen pelgrims naar Medjugorje zijn gekomen, dat er zich een intensief gebedsleven ontwikkeld heeft, dat hier veel sociale werken ontstaan zijn, dat er zich concrete vormen van bedevaart ontwikkeld hebben. En dat vormt voor de Kerk een heel praktische uitdaging.
Daarom hebben de Bisschoppen van het voormalige Joegoslavië reeds in het jaar 1991 gezegd dat er geen officiële bedevaarten mogen zijn. Dus kan ik niet en ik ben het ook niet van plan om met een diocesane bedevaart naar Medjugorje te gaan, zoals we dat naar Rome en het Heilig Land gedaan hebben. Maar het is nooit verboden door de Bisschoppenconferentie of door Rome dat er pelgrims naar Medjugorje gaan.

En hier ben ik bij de derde uitspraak. En die lijkt me erg belangrijk te zijn voor ons Bisschoppen. De pelgrims moeten geestelijk verzorgd, geestelijk begeleid worden. Ik zie mijn taak als Aartsbisschop van Wenen precies als volgt: Wanneer ik als Bisschop zie dat er uit mijn bisdom honderden, duizenden mensen naar Medjugorje pelgrimeren, dat er gebedsgroepen ontstaan, dat er priesterroepingen komen, dat er bekeringen plaatsvinden, dan moet ik als Bisschop zorgen dat deze pelgrims ook een goede begeleiding hebben. Daarom heb ik in al die jaren bijvoorbeeld de “Oase van de Vrede”gesteund, een gebedsgemeenschap in Wenen, die uit Medjugorje voortgekomen is, of de werkstukken van seminaristen, die zij over Medjugorje geschreven hebben.
Ik denk dat het ons Bisschoppen uit de hele wereld aangaat, waar pelgrims naar Medjugorje pelgrimeren: dat ze een goede pastorale begeleiding hebben. En daarom heb ik in de discussies over Medjugorje ook altijd aangemoedigd: Begeleid de pelgrims alstublieft goed!

U hebt de zieners persoonlijk ontmoet. U was op de Verschijningsberg en op de Kruisberg. Hoe waren uw indrukken?

Ik zou met een beetje humor willen zeggen: De Moeder Gods heeft niet de gemakkelijkste bergen uitgezocht. Zoals ik echter steeds weer benadrukt heb, fascineert me in Medjugorje de samenhang met andere grote gebedsoorden van Maria. Ik heb steeds weer gezegd dat er zoiets als een “Grammatica van de Mariaverschijningen” bestaat, een zekere stijl, die blijkbaar met de Moeder Gods zelf iets te maken heeft. Ik noem maar drie elementen:

Bijna altijd richten de Mariaverschijningen zich tot kinderen. Dat zijn geen superbegaafde of bijzonder vrome , maar heel gewone kinderen. Bernadette kon niet lezen en schrijven. Ze was veertien jaar oud. Dat is hier ook zo.

Het tweede: Maria geeft boodschappen via kinderen. Dat is voor sommige Bisschoppen misschien een beetje krenkend. Waarom komt de Moeder Gods niet naar het huis van de Bisschop? Waarom komt zij op een berg vol stenen of in een grot naast een rivier of in het struikgewas zoals in Fatima? Dat is toch heel onpraktisch. En zij geeft boodschappen via kinderen, omdat die kennelijk ongecompliceerd zijn.

En als derde element: Wanneer Maria verschijnt heeft zij blijkbaar een programma. In Fatima verschijnt zij vóór de Russische revolutie en heeft een boodschap voor Rusland. In Lourdes verschijnt ze op een ogenblik dat het rationalisme op een hoogtepunt is. In Medjugorje verschijnt zij in de communistische tijd, op een moment dat men nog niet kon vermoeden dat Joegoslavië uiteen zou vallen, op een plaats waar Katholieken, Orthodoxen en Moslims nog samenleefden. En zij toont zich aan ons onder de naam “Koningin van de Vrede”. Bijna precies tien jaar later breekt de eerste van vier Balkanoorlogen uit. Haar boodschap is vrede door verzoening en gebed. Dat heeft toch een sterke geloofwaardigheid. We zouden nu nog verder terug kunnen gaan naar Guadalupe in Mexico toen de Spaanse verovering in Amerika begon. De Moeder Gods verscheen toen aan een Indiaan, en deze man moest naar de Bisschop gaan en hem zeggen wat hij moest doen. Datzelfde is in andere grote bedevaartplaatsen van Maria waar te nemen: De mensen komen in groten getale en het wordt een centrum van vrede en integratie van vreemde culturen. Ik denk dat de theologen de grammatica, de syntaxis van de Mariaverschijningen nauwkeuriger zouden moeten bestuderen en in deze context ook het hele fenomeen Medjugorje beschouwen.

In Medjugorje wordt onvermoeibaar voor de vrede gebeden. Maar in Bosnië en Herzegovina, waar de Kroaten en Katholieken de kleinste bevolkingsgroep vormen, zijn er veel problemen. Wat zou u de politici en de internationale gemeenschap adviseren, van wie Valentin Inzko nu de vertegenwoordiger is?


Het probleem is dat hier zeer veel krachten spelen en dat het een klein land als Bosnië en Herzegovina zwaar valt om de interne problemen ongestoord op te lossen.
Een ding is zeker: Voortdurende vrede is er alleen in een rechtvaardig systeem. En dat is nu speciaal een uitdaging voor de Europese politiek. Ik heb niet lang geleden met Valentin Inzko (een Oostenrijker die sinds 2009 de Hoge Vertegenwoordiger van de EU In Bosnië en Herzegovina is) gesproken en ik ben heel blij dat hij deze taak heeft, en ik hoop ook dat hij de steun van de Europese Unie bij het uitvoeren van zijn taak krijgt. Ik voor mij ben er zeker van dat hetgeen er nu in Medjugorje gebeurt aan de vrede bijdraagt, alleen al omdat mensen uit de hele wereld hier naar het hart van Herzegovina komen. Om het eens humoristisch te zeggen: Zo bekend was Herzegovina nog nooit in de hele wereld. Wie wist er in Korea iets van Herzegovina? Maar kijk eens, hoe veel Koreanen er naar Medjugorje komen. Dat is een hoop, dat deze mensen ook in hun land boodschappers zijn voor het vurig verlangen naar vrede van Bosnië en Hercegovina.

En een tweede: Ik geloof dat wanneer er in een plaats zo veel voor de vrede wordt gebeden, dan is dat zeker ook een grote zegen voor het hele land.

En een derde: De “Kraljica Mira”, de Koningin van de Vrede, wordt hier in alle drie religies vereerd. De Orthodoxen hebben een lange traditie van Mariaverering. En de Islam kent nauwelijks een andere figuur uit de christelijke traditie, die zo vereerd wordt als Maria. En voor de Katholieken, juist voor de Kroatische minderheid in dit land, is het een grote troost dat Maria hen op een bijzondere wijze nabij is. Maria verbindt de volkeren als geen andere religieuze figuur. Ik denk dat er niemand vergelijkbaar is met haar.