Nieuwsbrief van Zuster Emmanuel van 15 november 2007

Dierbare kinderen van Medjugorje,

Geprezen zijn Jezus en Maria !

1 - Op 2 november had Mirjana Soldo haar maandelijkse verschijning in het Cenakel. Na de verschijning gaf zij de volgende boodschap door:

“Lieve kinderen, vandaag nodig ik jullie uit om je hart te openen voor de Heilige Geest. Sta Hem toe om je om te vormen. Mijn kinderen, God is de Onmetelijk Goede, en daarom vraag ik jullie met aandrang als moeder: bid, bid, bid, vast en hoop dat het mogelijk is dit goede te bereiken. Want uit dit goede ontstaat de liefde. De Heilige Geest zal deze liefde in jullie versterken en dan zullen jullie God je Vader kunnen noemen. Door deze onmetelijke liefde zullen jullie iedereen oprecht kunnen beminnen en zullen jullie een ieder in God, beschouwen als broers en zussen. Ik dank jullie.”

Terwijl ze ons zegende, zei de Gospa: “Op de weg waarop ik jullie leid naar mijn Zoon, lopen zij, die Hem vertegenwoordigen aan mijn zijde”. (Sprak ze over de priesters? Ze heeft geen nadere uitleg gegeven).

2 - Een hemelse hulp binnen handbereik
De maand november loopt ten einde en voordat we aan de Advent beginnen, kunnen we onze ijver voor de zielen in het vagevuur aanwakkeren. Ik ben getroffen door hun uitzonderlijk liefdevolle nabijheid. Ik kan hen niet aanroepen zonder hierdoor gezegend te worden. En dit geldt evenzeer voor de meest onbenullige zaken, als voor de belangrijkste dingen in het dagelijkse leven. Enkele dagen geleden bijvoorbeeld, was ik een belangrijk stuk kwijtgeraakt. Ik zei tegen hen: “Lieve vrienden, ik weet dat jullie hulp nodig hebben, daarom zal ik voor jullie een tientje bidden voor een snelle bevrijding uit het vagevuur. Ik vraag jullie echter van jullie kant om mij te helpen dat stuk terug te vinden. Ik was nog niet klaar met het bidden van het Onzevader, toen mijn blik viel op een vergeten hoekje van mijn bureau, waar ik uit verstrooidheid dat stuk had neergelegd. Dit soort dingen gebeuren mij ook ook wanneer ik een moeilijk gesprek met iemand moeten hebben of geestelijke hulp nodig heb bij een bepaald probleem. Zij zijn gelukkig ons te kunnen helpen, te meer omdat ze al de liefde in zich hebben die God voor ons heeft, en die bij hun door geen enkele onzuiverheid is besmet, noch door gebreken die ze tijdens hun aardse leven hadden. Ze zien ons door het prisma van God, in zuivere waarheid en barmhartigheid.

Op 6 november 1986, heeft de Gospa er ons in Medjugorje aan herinnerd, dat als we voor hen bidden, we nieuwe voorsprekers krijgen, die op hun beurt ons zullen helpen in het leven, vooral om meer onthecht te zijn aan materiële dingen. (Ze zei: “Jullie verliezen je in de materiële dingen, lieve kinderen”). Deze zielen lijden heel erg, want, zoals vele mystici ons leren, is de kleinste pijn in het vagevuur groter dan de grootste pijn op aarde. Ze nemen dus elke hulp van ons kant in ontvangst als een onmetelijk geschenk en hun erkentelijkheid is doeltreffend.

Met verdriet stel ik vast, dat er tegenwoordig maar weinig aan priesters wordt gevraagd om Missen op te dragen voor de bevrijding van de zielen in het vagevuur. De Mis is echter de grootste hulp die we deze zielen kunnen bieden. Het lijkt er op dat de praktijk van deze belangrijke daad van naastenliefde, zo niet geheel verdwenen uit onze gewoonten, wel drastisch is verminderd. Het is wel zo, dat sommige priesters zozeer gegrepen zijn door het medelijden van Christus, dat ze zelf aan de mensen die in rouw zijn voorstellen om een Mis op te dragen. Het gebeurt echter dat anderen, waarschijnlijk door een geloofscrisis ten aanzien van de Uiterste Waarheden van de mens, beginnen te lachen als men hen over het vagevuur spreekt. Gelukkig hebben we de leer en de Catechismus van de Katholieke Kerk om ons vast te verankeren in het geloof dat ons door de Apostelen is overgeleverd (§1030 tot 1032 en 1472. In de Bijbel : 2 Makkabeeërs, 12, 46).

Op elk moment van het jaar worden we uitgenodigd om de zielen in het vagevuur te helpen. Maar de maand november is bijzonder genadevol. Hoe voordelig zou het voor deze zielen en voor ieder van ons niet zijn om, voordat we aan de Advent beginnen, eerst de volgende liefdesdaad te stellen: een of meer Missen voor deze zielen te laten opdragen, of hen een noveen van Missen aan te bieden. Als we dit doen, zijn we er zeker van dat we God behagen.

3 - Een ticket voor de Hemel

De meeste mensen worden bang als ze aan hun dood denken, of aan die van hun geliefden. “In werkelijkheid, zei de Gospa, bestaat de dood niet”. Het is alleen maar een sluier die wegvalt, zoals het voorhangsel van de tempel in Jeruzalem, die doormidden scheurde en daarmee liet zien wat er, verborgen in het onzichtbare, al was: Het Heilige der Heiligen.

Er komt mij een beeld voor de ogen dat, zoals elke vergelijking, wel wat onvolkomen is: Er bestaan ramen, waarvan de vensters het mogelijk maken om van binnen uit te zien wat er buiten gebeurt, maar die de mensen beletten om van buitenaf te zien wat er binnen gebeurt. De graad van ondoorschijnendheid kan verschillen en soms, als men de neus goed tegen het venster aandrukt, kan men iets ontwaren van de binnenkant. Maar stel u zich voor, dat het glasbedrijf zich heeft vergist en het glas zo heeft geplaatst, dat men van binnen uit niet kan zien wat er buiten is… Dat is bij ons het geval. Wij hier op aarde zijn als de mensen die niet diegenen zien, die ons wel zien. Daar begint de tragedie van het ongeloof, want het is maar een kleine stap tussen iemand niet zien en zijn bestaan ontkennen “Lieve kinderen, zegt de Gospa, jullie zijn onwetend”.

De heiligen hier op aarde hebben deze ondoorschijnendheid overwonnen en leven alsof ze het onzichtbare zien. Daardoor zijn zij in staat om de onzichtbare werkelijkheid te aanvaarden, zonder angst te hoeven hebben voor de dag dat de sluier zal vallen. Ze zijn al vertrouwd met het Hemelse Hof en ze beschouwen de overgang van de dood als een lang verwachte kus, die hen na de ballingschap voor goed zal binnenleiden in het gezelschap van de uitverkorenen. Tijdens een zending in Dublin, vertelde de ziener Ivan aan de menigte: “Als jullie de Gospa ook maar één seconde zouden kunnen zien, dan zouden alle dingen van deze aarde voor jullie onmiddellijk hun aantrekkelijkheid verliezen”.

Het aardse leven is een tijd van verlangen, de Hemel is de eeuwigheid van het bezitten. Als ik op de aarde niet het verlangen heb naar de Hemel, dan ben ik een zieltogende, die nog tot leven moet komen. Als ik mijn vermogen om te verlangen projecteer op de materiële dingen van de wereld, dan ben ik een dood mens en dan wordt ik geterroriseerd door het uur van mijn dood, omdat ik dan al mijn (valse) bezittingen zal verliezen. Als we minder gehecht zijn aan de materiële dingen, zullen we in staat zijn “met vreugde het eeuwig leven te beschouwen”.

De zienster Marija heeft hierover meer verduidelijking gekregen. De Gospa legde haar uit, dat in de Hemel iedere uitverkorene precies weet wat anderen voor hem hebben gedaan en hoe deze door hun gebed, offers en gaven hebben meegeholpen aan de groei van de graad van zijn eeuwige glorie. Soms gebeurt het zelfs, dat de uitverkorenen ontdekken dat het gebed van deze of gene heeft bewerkt, dat ze niet verloren zijn gegaan. In de Hemel zal ieder van ons eeuwig dankbaar zijn ten aanzien van elk van deze mensen en met hen een heel bijzondere liefdesband beleven.

Deze werkelijkheid is prachtig en zo bemoedigend, vooral omdat we hier op aarde de vruchten van onze offers en onze gebeden voor hen, die we liefhebben, nog niet zien. De Gospa geeft ons hiermee hoop, die ons geneest van de ontmoediging. Ze helpt ons te investeren in de echte waarden.

Lieve Gospa, U, U ziet dit alles, U leidt degenen die volgens uw school leven, naar de volheid van het geluk. Help ons dit geschenk in zijn geheel te aanvaarden, en niet voor de helft!

Sr. Emmanuel
Vertaald uit het Frans

. © Enfants de Medjugorje 2007