Nieuwsbrief van Zuster Emmanuel van 17 mei 2009

Dierbare kinderen van Medjugorje,

Geprezen zijn Jezus en Maria !

1 – Op 2 mei kreeg Mirjana Soldo in aanwezigheid van een grote menigte mensen haar maandelijkse verschijning bij het Blauwe Kruis aan de voet van de heuvel van de verschijningen. Na de verschijning gaf ze de volgende boodschap door: “Lieve kinderen, sinds lange tijd geef ik jullie mijn moederlijk Hart en bied ik jullie mijn Zoon aan. Jullie verwerpen mij. Jullie staan toe dat de zonde jullie steeds meer kan omringen. Jullie staan toe dat ze jullie gaat domineren en jullie kan beroven van de gave van onderscheiding. Mijn arme kinderen, kijk om jullie heen en zie de tekenen van de tijd. Denken jullie dat jullie de zegen van God niet nodig hebben? Sta niet toe dat de duisternis jullie omgeeft. Roep mijn Zoon vanuit de diepten van jullie hart. Zijn Naam weet zelfs de grootste duisternis te verdrijven. Ik ben met jullie, roep mij aan op de volgende wijze: “Hier zijn we, o Moeder, leid ons” Ik dank jullie.” De Gospa was heel verdrietig. Ze gaf enkel de boodschap om ons vervolgens te zegenen en te vertrekken.

2 - Op 1 mei hebben we het feest van St. Jozef gevierd. Ik heb een bijzonder mooi getuigenis ontvangen uit Lasinja (Graafschap Karlovac in Kroatië), nabij de grens met Bosnië.

Tijdens de oorlog van 1991 tussen de Serven, Kroaten en Moslims heeft het Servische leger verschillende delen van Kroatië aangevallen en er meerdere dorpen verwoest. Wie overleefden achtten zich gelukkig, zelfs als ze moesten vluchten. Voor de oorlog telde Lasinja ongeveer 2300 inwoners met natuurlijk een Katholieke kerk. Toen de Kroaten in 1995 dit gebied terugkregen, waren er in dit dorp van de 500 huizen slechts 9 die niet beschadigd waren. De kerk was volledig verwoest.

Pater Stjepan Bradica, de pastoor van deze parochie, keerde naar Lasinja terug om de kerk opnieuw te bouwen. Lange tijd was het niet mogelijk in Lasinja te wonen. De mensen zochten verblijf in de omtrek en kwamen elke dag naar het dorp om hun uitgebrande huizen nieuw op te bouwen. Talrijke landmijnen uit de oorlog maakten dat werk tot een gevaarlijke onderneming. Ook de nabij gelegen brug was vernield en men moest de rivier Kupa per boot oversteken, wat de werkzaamheden nog moeilijker maakte. Op de dag dat Pater Stjepan de funderingsmuur tot ongeveer een meter hoog had opgemetseld, realiseerde hij zich dat alleen God hem kon helpen dit werk te voltooien, want al het geld was op.

Toen hij zich die dag gereed maakte om naar de boot te gaan die hem naar zijn tijdelijke verblijf zou brengen, kreeg hij een sterke inspiratie om een beeldje van St. Jozef op de muur te plaatsen. Wat aarzelend zei hij tegen zichzelf: “Goed, dat kan ik morgen doen. Nu moet ik me haasten om de boot te halen”. De inwendige aandrang was echter zo sterk dat hij besloot te blijven om een beeldje te halen. Hij plaatste het beeldje van St. Jozef op de muur en vertrok gerust gesteld.

In de verste verten kon hij toen niet weten dat een hoge kerkelijke delegatie zijn parochie zou bezoeken. Er waren in die tijd veel buitenlandse delegaties die de verwoeste streken in de voormalige oorlogsgebieden bezochten. Twee uur later belde iemand hem op en deelde hem het volgende mee: “Kom direct terug. Kardinaal Martini (die toen Emeritus Aartsbisschop van Milaan was en lid van Caritas) en onze Kardinaal Kuharic (Aartsbisschop van Zagreb) komen Lasinja bezoeken.” Onmiddellijk ging Pater Stjepan de delegatie, die de verwoeste gebieden bezochten, tegemoet.

Diezelfde dag nog, toen Kardinaal Kuharic weer terug was in Zagreb, kreeg deze een brief van Kardinaal Kasper, Bisschop van Rotenburg-Stuttgart, die hem om advies vroeg. Hij wilde de heropbouw van één kerk financieren in het verwoeste gebied. Kardinaal Kuharic overlegde met Kardinaal Martini en men besloot dat de financiering naar de kerk zou gaan, waar ze op de muur het beeldje van de St. Jozef hadden zien staan. Over een periode van meerdere jaren stuurde Kardinaal Kasper 580.000 Duitse Mark (€ 290.000) en zo kon Pater Stjepan de herbouw van zijn kerk in het jaar 2000 voltooien.

De kerk is toegewijd aan de H. Antonius van Padua en aan de H. Maagd Maria, Koningin van de martelaren. Later konden ongeveer 1760 mensen terugkeren naar Lasinja – een hoog percentage, in vergelijking met de naburige parochies, waar slechts 50 % van de inwoners terugkeerden. “Hier in Lasinja, zegt Pater Stjepan, is God voor ons zo barmhartig geweest en zo edelmoedig.”

3 - De ziener Ivan is uit Boston in Medjugorje aangekomen, waar hij, zoals elk jaar, de zomermaanden zal doorbrengen. We konden ons aansluiten bij de gebedsgroep bij het Blauwe Kruis op vrijdag 15 mei, waar de Gospa ons allen zegende. Opnieuw legde ze de nadruk op het feit dat Satan, zoals nooit tevoren, de families wil vernietigen. Ze nodigde ons uit in en voor de gezinnen te bidden.
Vicka kan deze dagen de pelgrims niet toespreken, ze is thuis uitgegleden en heeft zich flink bezeerd aan haar rug. Ze hoeft, Godzijdank, niet geopereerd te worden maar moet volledig rust houden om te herstellen. Laten we voor haar bidden.

4 – De boven vermelde boodschap van 2 mei is niet onopgemerkt voorbij gegaan. Ze heeft aan ons geschud, zoals aan een appelboom. Nog nooit heeft de Gospa ons “Mijn arme kinderen” genoemd. Ze richtte zich hierbij niet tot de heidenen, die zonder God leven, ze richtte zich op de eerste plaats tot de talrijke pelgrims die die dag aanwezig waren, - meestal mensen, die met Medjugorje vertrouwd zijn.

Ja, ondanks de 28 jaren verschijningen hebben we haar moederlijk Hart nog niet echt aanvaard, noch haar Zoon Jezus op de eerste plaats gesteld. Ja, het is waar wat ze zegt, we hebben haar verworpen, haar, haar boodschappen en haar zegeningen. Zij, de beschermster van de gezinnen, heeft onvermoeibaar gezegd: “Bid elke dag in het gezin. Het gebed in het gezin is de remedie voor de wereld van vandaag.” Wij zijn deze vitale raad echter blijven negeren en hebben onze kinderen op deze wijze blootgesteld aan geestelijke leegte en aan de verwondingen die hieruit voortvloeien. We hebben onze dagen vorm gegeven zonder gebed en hebben daar altijd de beste verontschuldigingen voor gevonden. Pater Slavko zei: “Als men bemint, vindt men middelen, als men niet bemint, vindt men excuses.” Zij, die voor ons strijdt, heeft ons dikwijls gezegd: “Vast twee dagen per week op water en brood (behalve de zieken). Enkel vasten en gebed kan oorlogen voorkomen of doen eindigen.” We zijn meerdere keren naar Medjugorje geweest en zouden nooit de woorden van Vicka hebben willen missen, maar we hebben deze niet in praktijk gebracht. Zelfs in Medjugorje vinden we het normaal om op woensdag en vrijdag maaltijden tot ons te nemen. Onze gezinnen zijn ziek en zonder vrede. De leiders van onze landen vaardigen wetten uit die tegengesteld zijn aan die van God. Wij echter laten de zaken verloederen, alsof we het wondergeneesmiddel nooit hebben gekend.
Zij, de moeder van het leven, heeft ons gezegd: “Hoe meer kinderen jullie hebben, hoe beter. Heb geen angst om kinderen te hebben.” Wij echter hebben er de voorkeur aan gegeven zelf te beslissen over een klein aantal kinderen en het materieel welzijn te verkiezen boven het leven. Ook bij het lijden veroorzaakt door de eenzaamheid, hebben we geen vertrouwen geschonken aan de Schepper, noch aan Zijn voorzienigheid. Onze huizen zijn leeg, het weinig aantal kinderen dat wij hebben verveelt en dat komt ons duur te staan.
Zij, de Moeder van Jezus, heeft ons gevraagd de H. Mis in het middelpunt te plaatsen van ons leven. Maar dikwijls haasten we ons om op zaterdag avond om naar de Mis te gaan, om “het er zondags van te kunnen nemen”, om onze tijd aan sport of aan een andere bezigheid te kunnen wijden, waardoor we van de dag van de Heer een dag maken zonder Hem.
Zij, de Medeverlosseres aan de voet van het Kruis, heeft ons gesmeekt de zonde achterwege te laten, eenmaal per maand te biechten, en van levensrichting te veranderen. Wij vinden het echter normaal maanden rond te lopen met een bezwaard geweten, leren onze kinderen niets over de zonde, uit angst hun sympathie te verliezen of als ouderwets te worden beschouwd.
Zij, de moeder van het Woord, heeft ons gevraagd elke dag de Bijbel te lezen, maar, als we dat doen, zijn we zeer behendig om er alleen dat uit te halen wat we willen horen, uit angst dat we ons leven moeten veranderen. Zij, de gezegende onder alle vrouwen heeft ons gevraagd voor elk werk te bidden, om op deze wijze onder de zegen van God te leven en mee te werken aan Zijn werk. Wij hebben echter van het werk op zich onze heer een meester gemaakt, en we bouwen aan een wereld vol stress en zonder God. Enzovoort....

GELUKKIG, laat Zij, de Moeder van Barmhartigheid, ons niet in de steek Ze geeft ons de ultieme raad die veel ongelukken kan voorkomen. Laten we niet doen zoals bij de boodschap van Fatima. Als we toen geluisterd hadden, dan zou de 20e eeuw niet zo bloedig zijn geweest. Vandaag smeekt onze Koningin van de Vrede ons: “Roep mijn Zoon vanuit de diepten van jullie hart. Zijn Naam weet zelfs de grootste duisternis te verdrijven.
Ik ben met jullie, roep mij aan op de volgende wijze:

“Hier zijn we, o Moeder, leid ons !”


Zr. Emmanuel
Vertaald uit het Frans
© Enfants de Medjugorje mei 2009